Op je 37-ste een pensioenuitkering aankopen. Is dat logisch?

Dit is de Fiat Croma. Stel dat u in 1986 deze auto had gekocht om er pas vandaag in te gaan rijden. Was het dan een goede keuze geweest? Nu al een oudedagspensioen aankopen in een beschikbare premieregeling om er over 30 jaar pas van te profiteren is eigenlijk hetzelfde. Ik leg u uit waarom dat net zo onlogisch is.

Regelmatig krijgen wij de vraag van adviseurs of wij in de beschikbare premieregeling de mogelijkheid bieden om tussentijds een uitkering aan te kopen. Dat bieden wij niet aan, omdat wij dat in de huidige markt onlogisch vinden. Ook al kost ons dat punten in de vergelijkingsprogramma’s.

Croma.jpg

 

Het lijkt zo logisch (maar dat is het niet)

De Pensioenwet biedt de mogelijkheid om de beschikbare premie te gebruiken voor de inkoop van een gegarandeerd pensioen. Sommige aanbieders hebben deze mogelijkheid opgenomen in de pensioenregeling. Dat lijkt een mooie aanvulling, de werknemer kan kiezen voor een garantie en heeft daarmee zekerheid gekocht. Maar wat koopt de werknemer en tegen welke prijs?

Hoge prijs

Het aankooptarief is grotendeels afhankelijk van de rekenrente, de levensverwachting en de rentegarantieopslag. In de goede oude tijd was 3% rekenrente de standaard voor pensioenregelingen. Als een pensioenverzekeraar nu nog steeds met een rekenrente van 3% rekent, dan zal hij daar een hoge garantieopslag voor vragen. De huidige marktrente is namelijk veel lager en de aanbieder wil dat verschil gecompenseerd zien. De rentegarantieopslag kan dan zo maar meer dan 50% van de beschikbare premie zijn. Van een beschikbare premie van bijvoorbeeld € 3.000,- in 2016 gaat dus € 1.500,- naar de rentegarantieopslag.

Door de lage marktrente is het voor de hand liggend om ook de rekenrente te verlagen. Maar hoe lager de rekenrente, hoe minder pensioen aangekocht kan worden. Als de rekenrente met bijvoorbeeld 1% daalt, kan een werknemer al gauw 20% tot 30% minder pensioen aankopen. Linksom of rechtsom: garantie aankopen in een beschikbare premieregeling is extreem duur, net als bij een middelloonregeling. Maar het verschil is dat de werknemer alle lasten draagt.

Lage opbrengst

De pensioenen die worden aangekocht stijgen niet, tenzij er een soort van winstdeling is. De rekenrente speelt ook hier een belangrijke rol. Hoe hoger de rekenrente, hoe lager de kans op het verhogen van de pensioenuitkering. Als de onderliggende rekenrente nog bijvoorbeeld 3% is, zal deze winstdeling met de huidige rentestand helemaal niets opleveren. Wat is dan de waarde van het pensioen op de pensioendatum?

Wie legt het de werknemer uit. En hoe?

Laten we eens naar Daan kijken. Daan is 37 jaar en vorige maand aan de slag gegaan bij een nieuwe baas. Daar doet hij mee aan de beschikbare premieregeling. Daan weet niet zo veel van pensioen, maar kan toch kiezen welk deel van de premie hij gaat beleggen en voor welk deel hij een gegarandeerd pensioen aankoopt. Als de werkgever van Daan de optie van tussentijds aankopen aanbiedt, dan zou daar gezien de complexiteit zeker een adviestraject moeten worden aangeboden. Maar dan nog is het de vraag of Daan de gevolgen van zijn keuze kan overzien.

Veranderingen op komst

De beschikbare premieregeling ontwikkelt zich door. Voor de huidige problemen worden oplossingen bedacht. Voor de lage rente hadden we eerst de pensioenknip en nu komt het wetsvoorstel doorbeleggen na pensioendatum, de Wet verbeterde premieregeling. Pensioenproducten bewegen mee met de veranderende wereld. Wat we nu al kunnen beredeneren is dat een oplossing van nu niet past bij de wereld van straks. Om je nu vast te leggen op een dure garantie lijkt in ieder geval geen logische keuze.

Pensioenregelingen ontwikkelen zich door. Net als de Fiat Croma uit 1986. Ik ben in ieder geval blij dat ik toen niet gekozen heb voor een auto met een levertijd van 30 jaar en die 1 op 8 rijdt.

Met hartelijk dank aan Erwin Koopman van Generali. Dit zijn blog.